Maurizio Boscarol ?? an Italy-based usability, accessibility, and CSS design consultant ?? doet in een nieuw artikel op A List Apart zijn beklag over het feit dat het W3C niet kan bewijzen dat de WCAG Working Group zich op gebruikerstests gebaseerd heeft ?? laat staan ze zelf georganiseerd te hebben ?? bij het schrijven van de Web Content Accessibility Guidelines. Niet voor WCAG 1 en niet voor de tweede versie (die nog steeds niet helemaal klaar is).
Since the WCAG-WG doesn??t publicly list the studies on which its recommendations are based, I asked a reputable member of WCAG-WG what kind of user research WCAG 1.0 was based upon. He answered that ?WCAG are based on many things,? which sounded good, but didn??t really answer the question. Exactly what were those ?many things??
In a later response, the working group member cited the well known NielsenNormanGroup research report on users with disabilities. The problem is that the NNG study is dated 2001, but WCAG 1.0 was published in 1999.
Daar is mischien iets van aan.
In het vervolg van het artikel somt Boscarol een aantal toegankelijkheidsproblemen op die niet gecovered zijn in de WCAG en waarvan het gebrek aan gebruikerstesten de oorzaak zou zijn. Ik ga akkoord dat gebruikerstesten noodzakelijk zijn bij het tot stand komen van een richtlijnenset voor toegankelijke websites, maar de voorbeelden die Boscarol aanhaalt vind ik niet zo overtuigend.
Bij het observeren van een blinde testpersoon ondervond Boscarol bijvoorbeeld dat het vervelend is wanneer een pagina start met een hoofding (h1) die ongeveer dezelfde informatie biedt als de paginatitel (title). Een screenreader leest dan immers twee keer ongeveer hetzelfde voor. Hij rakelt ook de oude discussie over ??content first?? versus ??navigation first?? weer op. Het is juist dat gebruikerstesten uitwijzen dat de meeste screenreadergebruikers toch ??navigation first?? verkiezen ?? omdat ze daar nu eenmaal vertrouwd mee zijn ?? maar zoiets hoef je niet te vertalen naar een ijkpunt in een checklist dat goed- of afgekeurd kan worden. Vind ik.
Sommige dingen zijn inderdaad ??vervelend?? (twee keer een titel voorgelezen krijgen) en andere dingen hangen eenvoudig af van iemands persoonlijke voorkeur. Anders ligt dat bij een typische toegankelijkheidsrichtlijn als het voorzien van labels bij formuliervelden. Zonder dergelijke labels kan een screenreader de relatie tussen labels/formuliervelden niet leggen en is het invullen van een formulier voor blinde internetgebruikers een erg lastige en tijdrovende klus.
Ik denk dat toegankelijkheidsdeskundigen goed moeten afwegen welke aanpassingen moeten gebeuren om de praktische toegankelijkheid van een website te garanderen en welke aanpassingen (daar bovenop) een verhoogd gebruiksgemak bieden voor mensen met een handicap. Ik geef toe dat die grens heel vaag is en het wel eens verleidelijk is om toegankelijkheidsadviezen te geven waar niet strikt noodzakelijk aan voldaan moet worden om mensen met een handicap toegang te verschaffen tot informatie op een website of hen in staat stellen de functies van een website te gebruiken.
Precies om die reden is de AnySuferrichtlijnenset opgesplitst in een basisset en een set met Plus-ijkpunten. Aan de basisijkpunten moet voldaan worden om je website toegankelijk te maken (en toegankelijk betekent tegelijk ook ‘bruikbaar, op een redelijke manier’). De optionele Plus-ijkpunten verhogen het gebruiksgemak voor mensen met een handicap door de basisijkpunten hier en daar te verstrengen en een aantal nieuwe dingen op te leggen. Niemand is verplicht die Plus-ijkpunten toe te passen, maar onze ervaring en tests met echte gebruikers hebben uitgewezen dat ze stuk voor stuk nuttig zijn en het gebruiksgemak voor surfers met een handicap verhogen.
Geen enkele handicap is hetzelfde en iedere internetgebruiker heeft zijn eigen surfgewoonten. De informatie op een toegankelijke website moet daarom in de eerste plaats correct gestructureerd zijn en consulteerbaar zijn in een vorm die de gebruiker het beste ligt. Bovendien mag een toegankelijike website geen veronderstellingen maken over de hard- of software die een gebruiker hiervoor gebruikt. Maar een toegankelijke website is niet noodzakelijk gemakkelijk en intuïtief te gebruiken. Zelfs niet indien die voldoet aan ‘AnySurfer Plus’ of aan de hoogste prioriteit van de WCAG. Een toegankelijkheidsstudie velt bijvoorbeeld geen oordeel over de kwaliteit van de informatiearchitectuur, de kwaliteit van teksten of de complexiteit van een taak als het vullen van een winkelkarretje en het afrekenen van aankopen.
Door een website toegankelijk te maken ?? bijvoorbeeld door de AnySurferrichtlijnen toe te passen ?? effen je het pad voor usabilityexperts. Via gespecialiseerd gebruikersonderzoek kunnen zij in een volgend stadium nagaan of de website ook eenvoudig in het gebruik is. In zo’n tests moeten vanzelfsprekend ook mensen met een handicap worden betrokken. En hoe kan een bezoeker met een handicap oordelen over de gebruiksvriendelijkheid van een website als die niet eens toegankelijk is? Vandaag gebeurt het meestal nog zo: eerst wordt een (vaak peperdure) usabilitystudie uitgevoerd (waar vaak geen bezoekers met een handicap in betrokken worden) en pas daarna komt men bij AnySurfer aankloppen voor een label. En als bezoekers met een handicap betrokken worden in gebruikersonderzoek, dan merk je vaak dat onderzoekers niet zoveel kunnen aanvangen met de opmerkingen van bijvoorbeeld blinde gebruikers. Dus, een gouden raad: zorg er eerst voor dat de toegankelijkheid snor zit, en waag je dan pas aan een usabilityonderzoek :)
Eén reactie
1 Waarborg // 14 januari 2008 om 2:43 pm
The article about Usability still has good tips, although it has been a while since it was first published. But I wonder what the previous comment from phetnermine about phentemrine means…